Tips bij kattenoverlast

25 februari 2019
Katten hebben een leefgebied dat verder reikt dan de eigen achtertuin. De meeste overlast van katten vindt plaats in de tuinen van de buren en niet in de openbare ruimten. Op privéterrein kan de gemeente helaas niet handhaven. Daarom een paar tips.

Tips voor kattenhouders:

  1. Houd uw katten zo veel mogelijk binnen uw eigen tuin. Plaats een erf-afscheiding met verticale latten, waar katten moeilijker overheen kunnen klimmen of eronder kunnen kruipen.
  2. Laat uw katten steriliseren of castreren. Deze zijn veel rustiger en veroorzaken minder geluidsoverlast. Ook voorkomt u hiermee de uitbreiding van de kattenpopulatie. Binnen een aantal jaar kunnen twee katten voor duizenden nakomelingen zorgen.
  3. Plant aantrekkelijke planten voor uw katten: bijvoorbeeld kattenkruid, gamander of schildzaad, steenanjer, vetmuur, sierhaver, zachte lange grassoorten en kattengras.
  4. Zorg voor een zonnige, zachte ligplek.  Of houd katten aan een kattenriempje in de tuin, zodat ze in uw eigen tuin kunnen rondlopen met bewegingsvrijheid.

Tips om katten te weren:

  1. Breng kattenschrikdraad aan op de schutting. Kattenschrikdraad is een speciaal soort schikdraad met een lagere spanning dan in weilanden.
  2. Breng op plaatsen waar geen regen valt, stof besprenkeld met citroensap aan.
  3. Leg koffiedrab op plekken waar veel gegraven wordt.
  4. Plant onaantrekkelijke planten in de tuin. Deze planten zijn: geranium, munt, lavendel, goudsbloemen, wijnruit, boerenwormkruid, afrikaantjes en planten met citroengeur.
  5. Zet satéprikkers of stekelige takken tussen planten en bloemen.
  6. Leg mottenballen neer op plekken waar geen regen komt.
  7. Maak ongewenste katten een paar keer nat met tuinslang, tuinsproeier of waterpistool.
  8. Sluit een zandbak af met een deksel.