Project "De Kanteling"
De gemeenten Duiven en Westervoort zijn samen een project gestart onder de naam “De Kanteling”. De benaming De Kanteling staat symbool voor de ombuiging die nodig is in het denken en doen op het terrein van wonen, welzijn en zorg.
"De Kanteling" is onderdeel van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning), die in 2007 in werking is getreden. De Wmo is een participatiewet, met als uitgangspunt: iedereen moet kunnen meedoen.
De gemeente treft voorzieningen ter compensatie van beperkingen die burgers ondervinden bij:
- het voeren van een huishouden
- het zich verplaatsen in en om de woning
- het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel
- om medemensen te ontmoeten en sociale verbanden aan te gaan.
Aanpak ondersteuning wordt vraaggericht
De omslag in denken en doen is met name nodig bij de wijze van ondersteuning van mensen met een beperking. Werden voorzieningen vroeger (ten tijde van de Wvg) nog gewoon verstrekt aan mensen die daar recht op hadden, tegenwoordig (volgens de Wmo) gaat het om het ‘compenseren van beperkingen’. Er is niet langer sprake van een zorgplicht voor de gemeente en een claim van de burger. Er zal meer recht gedaan moeten worden aan de specifieke situatie van een burger, een vraaggerichte aanpak.
De kracht van eigen netwerk
Tegelijkertijd zal er een groter beroep gedaan worden op de eigen mogelijkheden en de kracht van de omgeving. Het uitgangspunt hierbij is dat de burger zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen leven en welzijn. Bij problemen kijkt hij dan ook eerst hoe hij ze zelf kan oplossen, eventueel met behulp van zijn netwerk, buren of mantelzorgers. Lukt dit niet dan wordt er onderzocht of vrijwilligers iets kunnen betekenen. Als dit ook niet lukt, kan via de Wmo een beroep gedaan worden op de gemeente. Die kijkt eerst of een beroep gedaan kan worden op collectieve voorzieningen. Pas als laatste is het verstrekken van een individuele voorziening een optie als oplossing voor het probleem.
De essentie van het kantelen bestaat uit vier kenmerken:
- In de eerste plaats gaat het om het verhelderen van de vraag van een burger met een beperking. Vraagverheldering vanuit drie centrale vragen: wat kan iemand nog wel? Waar is ondersteuning bij nodig? Waar zit de kracht van de omgeving?
- Het tweede kenmerk betreft het leggen van een relatie tussen ondersteunen en het bevorderen van participatie. Wmo-consulenten en medewerkers van zorg- en welzijnsorganisaties gaan in gesprek met de burger. De nadruk ligt hierbij op het bevorderen van participatie en op het in kaart brengen van iemands mogelijkheden. Een burger met bijvoorbeeld een chronische ziekte is niet alleen zorgvrager, maar heeft ook mogelijkheden om deel te nemen aan het sociale leven
- Een samenhangende aanpak van de ondersteuning is het derde kenmerk. Kennis en expertise van ambtelijke afdelingen en maatschappelijke organisaties worden gebundeld. Door samenwerking ontstaat een uniforme werkwijze gericht op het bieden van een goede ondersteuning aan burgers met beperkingen
- Borgen van een sociale samenleving
